Van de bank af!

Begin december presenteerde informateur Sybrand Buma een notitie van twee politieke partijen die wilden investeren om de grote problemen op te lossen. Niet alleen praten over tekorten en koopkracht, maar geld vrijmaken voor woningbouw, infrastructuur, energie en economische versterking.

Het politieke formatiespel gaat nog even door en het ziet er niet eenvoudig uit, maar de notitie werd warm ontvangen als een grote stap vooruit na een paar jaar van geploeter, stilstand en achteruitgang, waarin voor investeringen in onze toekomst vaak geen geld beschikbaar was. Voor drie collega-commissarissen en mijzelf was het document een feest van herkenning. Twee weken eerder hadden wij een ingezonden krantenartikel geschreven met een hartstochtelijk pleidooi om de ruimte die er wél is, eindelijk te benutten.

In dat stuk noemden we één voorbeeld bij uitstek: de Lelylijn. Een snelle spoorverbinding tussen Amsterdam en Groningen, sinds 2023 opgenomen in het Europese TEN-T-netwerk als onderdeel van de noordelijke corridor richting Scandinavië.

De Lelylijn staat voor een andere manier van denken over groei: niet alles blijven samenpersen in de Randstad, maar meer groei mogelijk maken in regio’s die daarvoor ruimte hebben - en waar bovendien iets recht te zetten valt. In dit betoog leg ik uit dat daarom investeren in de Lelylijn geen luxe is, maar noodzaak. En waarom er wel geld voor is.

Foto: Het FD-artikel

Het rijk is rijk

Ik begin met de overheidsfinanciën. Als je alleen daarnaar kijkt, zou je denken dat Nederland rustig achterover kan leunen. De staatsschuld bedroeg in september 2024 42,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Hij was nog nooit lager. Ver onder de Europese norm van zestig procent. Onze schuldquote behoort tot de laagste in Europa. Het begrotingstekort liep in 2024 weliswaar licht op tot 0,9 procent van het bbp, maar blijft volgens het Centraal Planbureau ook in 2026 binnen de Europese normen.

Tegenover de schulden van de staat staan trouwens ook de toekomstige inkomsten. In de beschrijving van de rijksfinanciën wordt dat vaak vergeten. Maar als de staatsschuld in theorie in de toekomst moet worden afgelost, dan moet je ook rekening houden met de toekomstige baten. En die zijn juist voor Nederland ongekend, want we zijn zo ongeveer wereldkampioen pensioensparen. De Nederlandse pensioenfondsen beheren een enorme spaarpot van ruim 1,6 biljoen. Zodra ze pensioen ontvangen, moeten gepensioneerden daarover belasting betalen. Waarschijnlijk is dat veel meer dan de hele huidige staatsschuld.

Kortom: de rijksfinanciën zijn niet wankel.

Kortom: de rijksfinanciën zijn niet wankel. We zitten er warmpjes bij. Het rijk is rijk! Maar we hebben een ander probleem. Onze groeimotor hapert. Het CPB voorziet voor 2026 een groei van slechts 1,4 procent. Het IMF schat de groei van Nederland de komende jaren op ongeveer 1,6 procent per jaar en voegt er nadrukkelijk aan toe dat zelfs deze groei alleen haalbaar is als ze ‘ondersteund wordt door publieke investeringen en hervormingen’. De OECD ziet prima prestaties, maar schrijft hardop wat we liever niet horen: dat we kwetsbaar zijn als we niet gericht investeren.

De Algemene Rekenkamer laat zien dat zelfs geld dat wél is vrijgemaakt voor investeringen – in infrastructuur of klimaatfondsen –niet of te laat wordt besteed. En de Raad van State, tenslotte, bepleit in het advies bij de Miljoenennota ‘een omslag van consumptieve en overdrachtsuitgaven naar publieke investeringen.’

Als ik het in één beeld moet samenvatten: Nederland is een gezin dat comfortabel leeft, maar te weinig studeert, te weinig sport en iets te vaak naar de chips grijpt. De zachte kussens remmen de vooruitgang. Nederland moet van de bank af.

Degelijkheid als misverstand

In Den Haag klinken ondertussen in formatietijd waarschuwende woorden: Kijk uit, het tekort loopt op, we hebben geen geld, we moeten oppassen met uitgaven. Dat klinkt verstandig en degelijk. Voor gewone uitgaven is het dat ook. Maar bij investeringen is die reflex een misverstand. Er is namelijk een groot verschil met gewone uitgaven. Internationale studies wijzen op de zogeheten golden rule van de overheidsfinanciën: voor productieve publieke investeringen mag je lenen, wanneer ze renderen voor toekomstige generaties.

In september 2024 publiceerde Mario Draghi, op verzoek van de Europese Commissie, zijn rapport over het Europese concurrentievermogen. Draghi waarschuwt dat Europa achter raakt bij de Verenigde Staten en China, doordat het structureel te weinig investeert in infrastructuur, technologie en innovatie. Alleen grootschalige publieke en private investeringen kunnen de productiviteitsgroei weer op gang brengen en het Europese verdienvermogen veiligstellen. Ook het in december verschenen rapport-Wennink bepleit tijdig investeren in strategische infrastructuur die productiviteit, innovatie en regionale groei versterkt, omdat dat de beste garantie biedt voor toekomstige welvaart.

Brussel ziet dus wat Den Haag soms vergeet

De Europese begrotingsregels werden in 2024 zelfs herzien om meer ruimte te bieden voor investeringen en hervormingen die passen in een ‘houdbaar meerjarenpad’. Brussel ziet dus wat Den Haag soms vergeet: lenen voor investeringen in groei.

De beste manier om schuldratio’s te verlagen is niet eindeloos bezuinigen, maar meer verdienen. Groei maakt de schuld relatief kleiner. En publieke investeringen in infrastructuur, kennis en innovatie blijken volgens talloze studies precies dát te doen: de productiviteit verhogen. Echte degelijkheid is investeren in wat de samenleving op termijn sterker maakt.

Foto: Deltawerken: ooit omstreden, duur en traag. Nu rendabel.

Geschiedenis: investeren loont

Dat is niet nieuw. Juist ons land dat voor de helft onder zeeniveau ligt, staat vol met de indrukwekkende voorbeelden van verstandige investeringen. De Zuiderzeewerken, die veiligheid brachten en een nieuwe provincie schiepen. De Deltawerken, die ons beschermen tegen het water en tegelijk de logistieke ruggengraat van de zuidwestelijke delta vormen.

Beide projecten waren ooit omstreden, duur en traag. Ook toen klonken er stemmen die ze te riskant vonden. Maar nu ze er zijn, betwist niemand meer dat ze de welvaart en veiligheid van Nederland enorm hebben versterkt. Het blijken investeringen waarvan we hopelijk nog eeuwenlang plezier hebben.

Je kunt met droge ogen beweren dat dijken verlieslatend zijn.

Deze voorbeelden staan niet op zichzelf. Econoom John Fernald toonde aan dat de aanleg van de Amerikaanse Interstate Highways grote productiviteitswinsten heeft opgeleverd. En, recenter liet de Elisabeth Line in Londen meteen al ruim 350 miljoen extra ritten zien, met aantoonbare effecten op banen, vastgoedontwikkeling en stedelijke vitaliteit.

‘De staat, dat zijn de dijken’, leerde de Groningse staatsrechtsgeleerde André Donner aan zijn studenten. Je kunt met droge ogen beweren dat dijken verlieslatend zijn. Maar de baten zijn enorm. Kenmerk van publieke investeringen is dat we er allemaal van profiteren.

De coupletten verschillen, maar het refrein is steeds hetzelfde: investeren loont. Publieke infrastructuur blijkt keer op keer geen kostenpost, maar een grote stimulans voor private activiteit en economische dynamiek.

Foto: Verlies lijden op dijken?

Stilstand is achteruitgang

Als je dus denkt dat publieke investeringen duur zijn, probeer het eens zonder. De prijs van stilstand wordt nu al pijnlijk zichtbaar. Onderzoek van de Technische Universiteit Eindhoven en TNO (2023) raamt de maatschappelijke kosten van files en congestie in Nederland op ruim 7 miljard euro per jaar, aan verloren tijd, brandstof en productiviteitsverlies.

Netbeheerders waarschuwen dat wachtrijen voor aansluitingen en netcongestie bedrijven dwingen investeringen uit te stellen of naar het buitenland te verplaatsen. Ecorys becijferde dat netcongestie daardoor jaarlijks 3 tot 5 miljard euro economische schade veroorzaakt.

Volgens de OECD remt het tekort aan betaalbare woningen in Nederland onze vooruitgang. De aanhoudende schaarste drijft prijzen op, belemmert de werking van de arbeidsmarkt en zet zo de economie structureel onder druk.

Kortom: niet investeren is niet neutraal, het is schadelijk.

En de veelbesproken stikstofcrisis is een crisis omdat ze leidt tot een bijna-stilstand: het ‘stikstofslot’. Volgens SEO Economisch Onderzoek en CE Delft kost dat ons een slordige 30 miljard euro per jaar. De minister van LNV schreef in een brief dat dit de economie schaadt, het investeringsklimaat aantast en werkgelegenheid remt. Helaas leidde dit niet tot de investeringen die nodig zijn om Nederland van het stikstofslot af te halen.

En let wel: dit zijn alleen nog maar de ramingen van financiële schade. Knelpunten door uitblijvende investeringen benadelen ook de brede welvaart die iedereen zegt na te streven: gezondheid, leefomgeving, kansengelijkheid. Het CPB en PBL lieten in 2022 zien dat die effecten in klassieke maatschappelijke kosten-batenanalyses vaak niet of slechts gedeeltelijk worden meegenomen. Kortom: niet investeren is niet neutraal, het is schadelijk.

Foto: Een kinderboek over de gevolgen van aardbevingen

Een vergeten regio

Er is nog een dimensie die niet in macro-cijfers te vangen is, maar moreel zwaar weegt. Nederland heeft iets recht te zetten.

De parlementaire enquête over de aardgaswinning in Groningen liet onomwonden zien dat Groningen decennialang is gebruikt als bron van nationale inkomsten, zonder dat daar iets substantieels tegenover stond: ‘De provincie voelt zich vaak een soort wingewest, en de commissie stelt vast dat dat gevoel op feiten is gebaseerd.’

De regio bleef achter met beschadigde huizen, gebiedsonzekerheid en een structureel zwakkere economie. De veelgenoemde ‘ereschuld’ kan niet worden ingelost met uitsluitend schadeherstel en versterking. Het investeringspakket Nij Begun is onvoldoende om de balans te herstellen. Herstel vraagt om gerichte investeringen in toekomstkansen.

met schokkend ongelijke kansen als gevolg

Ook het breed omarmde advies Elke regio telt! beschrijft hoe de perifere regio’s structureel zijn onderbedeeld bij grote publieke investeringen, terwijl investeringen zich concentreren in de Randstad. Dat was geen natuurverschijnsel, maar bewust beleid, geïnspireerd door de commissie Wagner, die in 1982 zei: ‘Don’t back the losers, pick the winners.’ Deze benadering vergroot sindsdien de regionale verschillen en vergroot tegelijkertijd de ruimtelijke druk in het westen van het land, met schokkend ongelijke kansen als gevolg.

Een vergeten regio dus. Maar wie de moed heeft deze relatieve achterstand aan te pakken, creëert nationale kansen. Noord-Nederland heeft aan héél Nederland ongelooflijk veel te bieden: ruimte voor woningbouw, duurzame energieproductie en natuurherstel. Er is kennis, er is creativiteit. Maar al die nationale kansen blijven onbenut als de macht der gewoonte ervoor zorgt dat de investeringen in noodzakelijke infrastructuur vooral neerdalen in de Randstad.

Foto: Schokkend ongelijke kansen: de 'kansenkaart' van de Erasmus-universiteit Rotterdam

De Lelylijn: meer dan een spoorlijn

In dat licht krijgt de Lelylijn haar echte betekenis. Het is geen regionale hobby, maar een strategische nationale investering. In 2023 werd de verbinding formeel onderdeel van het uitgebreide Europese TEN-T-netwerk, waarmee zij is aangewezen als schakel in de noordelijke Europese corridor richting Scandinavië. Dat betekent dat Europa de lijn erkent als essentieel onderdeel van het continentale vervoersnetwerk en dat er mogelijkheden zijn voor cofinanciering.

Onderzoeken laten zien dat de reistijd tussen Groningen en Amsterdam kan worden teruggebracht tot ruim een uur, waarmee dagelijkse pendel realistisch wordt. Daardoor ontstaan nieuwe arbeidsmarkten: wonen in Drachten of Heerenveen en werken in Amsterdam of Utrecht wordt een reële keuze, en andersom. Woningbouw komt op gang in regio’s met ruimte, dorpen blijven leefbaar en de noordelijke achterstand in de slag om talent verdwijnt.

Voor Noord-Nederland is de Lelylijn een sleutel voor gelijke kansen. Voor heel Nederland is zij een manier om groei een beetje meer over het land te verdelen. Niet meer alles volproppen in een toch al verstopte Randstad, maar groei letterlijk ruimte geven.

Durven investeren

Er is al jarenlang veel steun voor de Lelylijn, maatschappelijk en in de politiek. Het meest gehoorde bezwaar luidt: dit klinkt allemaal prachtig, maar kan Nederland het betalen? De schaarse berichten van de formatietafel wijzen erop dat geldgebrek en de noodzaak van bezuinigen opnieuw een zwaar stempel zetten op de besprekingen. Daar kunnen belangrijke investeringen zomaar de dupe van worden.

Dus: kan Nederland het betalen? Met een zeer lage overheidsschuld, een sterke economie en nieuwe Europese begrotingsruimte is het eerlijke antwoord: ja. De vraag is niet of investeren kostbaar is (dat is het per definitie) maar of het écht goedkoper is om het níet te doen. Alles wijst erop dat stilstand uiteindelijk veel meer kost: in productieverlies, woningnood, uitgestelde energietransitie en regionale scheefgroei.

Laat het volgende kabinet een investeringskabinet zijn

De nota van informateur Buma markeerde begin december een voorzichtig keerpunt: investeringen werden weer expliciet onderdeel van het politieke gesprek. Nu, vlak na de jaarwisseling, worden die contouren hopelijk vertaald in tabellen, coalitieteksten en concrete keuzes.

Nederland staat voor een keuze. Blijven we beheren, tekorten managen, knelpunten doorschuiven, regio’s laten achterlopen? Of durven we weer te bouwen aan onze toekomst?

De Lelylijn kan in die keuze symbool staan: niet als doel op zichzelf, maar als uitdrukking van een nieuw investeringsdenken. Een andere 'investeringslogica' noemden de schrijvers van 'Elke regio telt' dat. Een Nederland dat aan iedereen kansen biedt, dat groei spreidt in plaats van concentreert, en dat durft te investeren in zijn eigen verdienvermogen.

Investeer dus. Laat, hoe het ook samengesteld is, het volgende kabinet een investeringskabinet zijn. Niet om geld uit te geven, maar om héél Nederland vooruit te brengen.

Foto: De verbouwing van het Hoofdstation in Groningen. Foto: Strukton

Bronnen:

  • Algemene Rekenkamer, Resultaten verantwoordingsonderzoek 2024 IenW (Mobiliteitsfonds/Deltafonds), Den Haag, 2025.
  • Blesse e.a., A targeted golden rule for public investments? A comparative analysis of possible accounting methods in the context of the review of Stability and Growth Pact, Europees Parlement, 2023.
  • Brouwer e.a., Brede Welvaartsaspecten van een mogelijke Lelylijn. Een scenario-onderzoek onder inwoners, Groningen, 2024.
  • CEIC, Netherlands Government Debt: % of GDP, geraadpleegd december 2025.
  • CPB, Macro Economische Verkenningen 2026, Den Haag, **2025
  • CPB & PBL, Maatschappelijke kosten-batenanalyse en brede welvaart, Den Haag, 2022.
  • DNB, Statistiek Belegd vermogen pensioenfondsen, geraadpleegd december 2025.Eurostat, Government deficit/surplus, debt and associated data, 2025
  • Draghi, The Future of European Competitiveness; A Competitiveness Strategy for Europe, Europese Commissie, 2024.
  • Ecorys, Maatschappelijke kostprijs van netcongestie, 2024.
  • Europese Unie, Hervorming van het Stabiliteits- en Groeipact, 2024, officiële mededeling en verordeningen inzake begrotingskaders.
  • Fernald, Roads to Prosperity? Assessing the Link between Public Capital and Productivity, American Economic Review 1999
  • Foster e.a. (Wereldbank), The Impact of Infrastructure on Development Outcomes: A Meta-Analysis, 2023: een overzicht van ruim 300 empirische studies.
  • Helgilibrary - charts: *How much wealth do you have in pension funds?*Geraadpleegd december 2025
  • IMF, Staff Concluding Statement of the 2024 Article IV Mission – The Netherlands, 2024, en bijbehorende landenrapportage 2025.
  • Milikowski, Een klein land met verre uithoeken, Ongelijke kansen in veranderend Nederland, Amsterdam, 2020.
  • Minister van Financien, toelichting bij de Voorjaarsnota: ‘niet rijk rekenen’
  • Minister van I&W, Kamerbrief 21 maart 2025: ‘geen ruimte voor nieuwe investeringen’;OECD, Economic Surveys: Netherlands 2025, Parijs 2025.
  • Minister voor Natuur en Stikstof, Kamerbrief over Problematiek rondom stikstof en PFAS (Kamerstuk 35 334, nr. 225). Den Haag, 16 februari 2023.
  • Nieuwe Oogst, Stikstofimpasse kost Nederland bijna 15 miljard euro per jaar, 3 juli 2025.
  • Paas, Brok, Klijnsma, Gerritsen, Iedereen wil de Lelylijn, maar niemand wil betalen, FD, 19 november 2025.
  • Parlementaire Enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen, Groningers boven gas. Eindrapport parlementaire enquête aardgaswinning Groningen, 2023, boek 1, bladzijde 75.
  • Projectorganisatie Lelylijn, Lelylijn definitief op Europese spoorkaart, 19 december 2023.
  • Projectorganisatie Lelylijn, Zicht op de Lelylijn, Eindrapportage MIRT- en NOVEX onderzoek Lelylijn, Den Haag, 2024, bladzijde 23.
  • Raad van State, Advies Miljoenennota 2026 en septemberrapportage begrotingstoezicht 2026, Den Haag, 2025, bladzijde 4.
  • Ravesteijn, Nieuwe interactieve KansenKaart, Erasmus Universiteit Rotterdam, 2020.
  • Rijksoverheid, Lelylijn opgenomen in uitgebreide TEN-T netwerk, 5 december 2022
  • RLI, ROB en RVS, Elke regio telt! Een nieuwe aanpak van verschillen tussen regio’s, Den Haag, 2023.
  • SEO Economisch Onderzoek & CE Delft, Stikstofuitstoot en stikstofbeperkingen, 2025;
  • Smits, Het oordeel van de natie over het plan-Lely, Historiek.net, 2024.
  • Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, Kamerbrief Nij begun: op weg naar erkenning, herstel en perspectief, Den Haag, 25 april 2023.
  • Transport for London, Evidencing the value of the Elizabeth line, 2023
  • TU Eindhoven, Cutting the cost of congestion and logistics, onderzoeksprojectenpagina, geraadpleegd in 2025.
  • Wennink, De route naar toekomstige welvaart, Den Haag, 2025

(Omslagfoto: De aanlag van de datawerken - Historisch Nieuwsblad)