Goud uit Groningen

Den Haag telt meer dan honderd ambassades. Dus ze kijken niet op van ééntje extra, zou je zeggen. Maar die van Groningen trok de aandacht. Hij is al weer weg. Hij verschijnt slechts één dag per jaar. En hij is opvallend genoeg om de aandacht te trekken. Niet van mensen die een visum of een paspoort komen halen. Maar omdat we iets te vertellen hebben. En wie iets te vertellen heeft, moet soms naar plekken waar ze alles al denken te weten.

 

Geen blingbling

Over opkomst hadden we niet te klagen. De zaal zat vol. Politici, ambtenaren, zorgprofessionals, zorgbestuurders en ondernemers. Ook best veel Groningers trouwens, want ze werden met bussen aangevoerd. De sfeer was geanimeerd en inhoudelijk. Er kwamen veel mensen aan het woord die gewend zijn pas te spreken als ze iets te melden hebben. Jochen Mirau bijvoorbeeld, die indruk maakte met zijn verhaal over Groningen dat vooroploopt in de problemen van Nederland én in de oplossingen

De titel van de bijeenkomst was opnieuw 'Goud uit Groningen'. Groningers herkennen de dubbele betekenis: 'goud' is Gronings voor 'goed'. Weinig blingbling dus. Wij delven geen kostbare metalen, maar we delen wel iets kostbaars. Het antwoord op een vraag die het kabinet terecht hoog op de agenda heeft gezet: meer gezonde jaren voor iedereen.

Als je weet wat de zorg kost, begrijp je wat gezondheid oplevert.

Den Haag spreekt weer over langer doorwerken. Dat kan alleen als mensen langer vitaal zijn. En gezonde jaren zijn geen vanzelfsprekendheid; ze zijn het resultaat van gezonde genen en gezonde keuzes. En in Den Haag maken ze zich zorgen over de zorgkosten. We hebben sterke Groningse voorbeelden, waarin we niet uitsluitend beter maken wat ziek is, maar waarin we ziekte voorkomen. Preventie als uiting van Groningse nuchterheid. Als je weet wat de zorg kost, begrijp je wat gezondheid oplevert.

Preventie loont

Gouden bergen? Nee. Concrete initiatieven. We investeren in in programma’s als 'Tijd voor Toekomst', waarin kinderen op de basisschool niet alleen leren lezen en rekenen, maar ook bewegen, koken en begrijpen wat gezonde voeding is. Dat klinkt misschien tuttig verantwoord maar het loont. Inmiddels draait het programma op tachtig Groningse scholen en via Nij Begun breiden we het uit naar alle 340 basisscholen in onze provincie. Tijd voor Toekomst is daarmee geen experiment meer. Het is preventie op grote schaal. We zijn de goede bedoelingen voorbij.

We kunnen het allemaal verzinnen: gezond eten is cruciaal. In verschillende wijken en dorpen draaien projecten om gezond eten toegankelijker te maken. Voorbeelden zijn kooklessen voor gezinnen, wijkmoestuinen en voedselcoöperaties en samenwerking met boeren rondom je dorp voor betaalbare gezonde streekproducten.

Dichterbij wint het hier van grootschaliger.

Tot zover het positieve deel. Maar er hoort nog iets bij. We maken ongezonde keuzes minder vanzelfsprekend. Gemeenten beperken de wildgroei van fastfood rondom scholen. Sportverenigingen werken met Team:Fit aan gezondere kantines. En in kwetsbare wijken ontstaan initiatieven waarin gezond eten niet duurder is dan ongezond eten. Soms is Gronings goud wel heel voor de hand liggend. Maar met een consistente inzet bereiken we veel. Wethouder Manouska Molema en gedeputeerde Pascal Roemers boden daarover een ‘whitepaper’ aan aan gezondheidsminister Jan Anthonie Bruijn.

Dichterbij

We lieten voorbeelden zien van een andere organisatie van de zorg. De menselijke maat als uitgangspunt. Het voorbeeld van de huisarts in Wedde was een prachtig voorbeeld. Niet omdat het spectaculair is, maar omdat het laat zien dat je in een dorp veel kunt doen. Er zijn weinig dorpen verder verwijderd van Den Haag dan Wedde. Maar daar maken ze de eerstelijnszorg toekomstbestendig door beter samen te werken. Door elkaar te vertrouwen. En door dat een tijdje vol te houden. Dichterbij wint het hier van grootschaliger.

'Snakken', als Groningers dat van hun moeders zouden mogen

En zo vormt regionale kracht geen tegenstelling met nationaal beleid. Het blijkt er een voorwaarde voor. Wie de zorg toekomstbestendig wil maken, kan niet uitsluitend denken in stelsels en budgettaire kaders. Je moet ook durven leunen op de kracht van gemeenschappen, scholen, sportverenigingen en lokale ondernemers. Den Haag maakt wetten, maar gezonde jaren winnen we in wijken en dorpen.

Groningen noemt zichzelf 'een provincie waar je voorbij de horizon kunt kijken'. Dat is misschien fysiek onmogelijk - kenmerk van een horizon is dat je er per definitie niet overheen kunt kijken. Maar het zegt iets over ons. Enorm toekomstgericht. In ICT-stad Groningen zijn we ver met de toepassing van AI in de zorg. En met de toepassing van data, die in jaloersmakende hoeveelheden beschikbaar zijn dankzij het langjarige programma 'Lifelines'.

Toekomst

En steeds opnieuw zijn er prachtige innovaties, waarover we zouden kunnen opscheppen. 'Snakken', als Groningers dat van hun moeders zouden mogen. Bijvoorbeeld over bedrijf QT Sense. Een biotechbedrijf dat een quantum sensing-technologie heeft ontwikkeld. Zo kunnen ze aandoeningen sneller opsporen door in cellen te kijken zonder ze kapot te maken.

Gronings goud. Het is de oogst van vooruitdenken. En stevig doortrappen. Wie gewend is aan tegenwind, ontwikkelt uithoudingsvermogen. En wie heeft ervaren wat het betekent als voorzieningen onder druk staan, begrijpt hoe belangrijk nabijheid is.

De Haagse ambassade van Groningen was daarom meer dan een charmeoffensief. Het was een uitnodiging. Niet om alles over te nemen wat wij doen, maar om te erkennen dat oplossingen vaak ontstaan waar mensen elkaar kennen en elkaar aanspreken. Dat konden we vandaag al. Het gesprek liep door in de borrel. En daar eindigde het niet. Dat is misschien wel het beste teken. Want als iets goud waard was deze middag, dan was het het besef dat goed beleid begint met samen verantwoordelijkheid nemen. Voorbij de horizon van het eigen gelijk.

(Omslagfoto: Minister Jan Anthonie Bruijn (VWS) vertrekt met goud uit Groningen)