Teun is nooit beroemd geworden als voorzitter van de Commissie Bodemdaling. En dat had wat hem betreft best zo mogen blijven. Maar hij kreeg wel, temidden van al die oud-collega’s een Koninklijke Onderscheiding. De oud-collega’s vonden het passend. Want ze spraken met grote waardering over Teun. En over zijn prestaties als voorzitter.
Hij heeft bijna een kwart eeuw een belangrijke rol heeft gespeeld in een van de meest gevoelige dossiers van Nederland: de gevolgen van de gaswinning in Groningen. Toch is de bodemdaling zelden aanleiding geweest voor verhitte discussies.
Beter dan rechtszaken
De zware aardbeving bij Huizinge (2012) maakte gaswinning in Groningen definitief tot een beladen thema. Een thema dat tot vandaag voor veel mensen het dagelijks leven bepaalt. Schade aan huizen, onzekerheid bij inwoners, ingewikkelde bestuurlijke verhoudingen en een loodzwaar maatschappelijk vraagstuk dat voorlopig nog niet voorbij is.
De bodemdaling door gaswinning veroorzaakt ook grote schade. Het is onderdeel van hetzelfde grote probleem. Maar de Commissie Bodemdaling, waarvan Teun van den Bout voorzitter werd, bestond al ver vóór 2012. De commissie voerde de overeenkomst uit die in de jaren 80 was gesloten tussen de provincie, gemeenten, waterschappen, het Rijk en de NAM. Daarbij waren zo’n vijftig partijen betrokken. De taak van de commissie: schade beoordelen die voortkwam uit bodemdaling door gaswinning en zorgen voor een zorgvuldige afhandeling van claims.
Maar de toekomst sloeg al snel toe.
Dat klinkt overzichtelijk. Dat was het natuurlijk niet. Toch ging het eigenlijk altijd goed. Hoe kon dat? Teun van den Bout lichtte vandaag een tipje van de sluier op. Dat kwam door de partijen die in 1984 het contract sloten waarin de Commissie Bodemdaling tot stand kwam. De overheden en de NAM zagen in dat een zakelijke commissie beter is dan een lange serie rechtszaken over schade door bodemdaling. Het ging daarbij om ‘institutioneel geld’, dus nooit om iemands eigen huis of privévermogen. Dat hielp ook. En het contract was kort en zat verstandig in elkaar. De leden van de commissie waren deskundig en wilden het zakelijk oplossen. Maar, zo gaf de scheidend voorzitter toe, het kwam zeker ook door de kwaliteit van de voorzitters.
Humor en wijsheid
Teun van den Bout, werkte nog als provinciedirecteur toen hij vlak na de eeuwwisseling werd gevraagd toe te treden tot de Commissie Bodemdaling. Hij was de beoogde toekomstige voorzitter. Maar de toekomst sloeg al snel toe. Door het plotselinge overlijden van zijn voorganger moest hij die rol al in februari 2001 op zich nemen. Sindsdien gaf hij bijna 25 jaar leiding aan de commissie.
Dat waren jaren waarin het Groningse gasdossier steeds groter en gevoeliger werd. Juist daarom is het opmerkelijk dat het gezag van de Commissie Bodemdaling in al die jaren onomstreden bleef. Besluiten van de commissie werden steeds door alle partijen overgenomen, zowel door claimanten als door de NAM. De besluiten moesten volgens het contract unaniem zijn en dat waren ze ook. En de commissie kwam nooit negatief in het nieuws. Dat zegt iets over de manier waarop zij werkte. Maar ook over de man die haar leidde.
Burgemeester Thijsen van Tynaarlo (de woongemeente van Teun van den Bout) vermeldde dat hij veel brieven had gekregen van mensen die met Teun hadden gewerkt. En dat ze alom vol lof waren over zijn wijsheid, humor, mensenkennis en vakmanschap. Hij hield het overzicht, oordeelde scherp en wist tegelijk de verbinding tussen partijen te bewaren. Het vertrouwen dat de commissie genoot, is voor een deel aan hem te danken.
Een kwart eeuw lang vervulde hij zo, tactvol en verstandig, een belangrijke rol in een complex en gevoelig dossier. Het voelde daarom terecht dat hij vandaag ‘geridderd’ werd.

